spierkrampen

De oorzaak van spierkramp

Spierkramp: inleiding

Spierkrampen zijn één van de meest voorkomende klachten tijdens of direct na het sporten.
Kramp of spierkramp is het plotseling onwillekeurig samentrekken van alle spiervezels, wat vaak gepaard gaat met heftige pijn.
Van alle marathonlopers en triatleten heeft 50-67% tijdens of na inspanning wel eens kramp meegemaakt. Ondanks de hoge prevalentie is er nog veel onduidelijkheid over het ontstaan van krampen.
Het doel van dit artikel is om te beschrijven wat er bekend is in de literatuur over de verschillende hypotheses over het ontstaansmechanisme van inspanningsgerelateerde spierkramp.

Elektrolyten hypothese

Het idee dat vocht- en zouttekort leidt tot spierkramp stamt af van onderzoeken uit het begin van de jaren 90. Spierkramp kwam toen vaak voor bij mijnwerkers die werkten in warme en vochtige omstandigheden. Daarom werd er een relatie gelegd tussen het krijgen van spierkramp en het verliezen van veel vocht en/of zouten. Deze observaties hebben geleid tot de elektrolyten hypothese.

Behalve de term spierkramp werd ook wel de term ‘heatcramps’ gebruikt. Deze term wordt vandaag de dag nog steeds gebruikt, ondanks het feit dat warmte niet gerelateerd is aan spierkampen. Allereerst komen inspanningsgerelateerde spierkrampen ook voor in koude of gemiddelde temperaturen. Zo kunnen zwemmers in koud water te maken krijgen met spierkrampen. Ook blijkt dat passieve verwarming of koelen spierkrampen niet doen verminderen.

De elektrolyten hypothese gaat er vanuit dat de elektrolytenbalans in het bloed verstoord is. Dit kan resulteren in spierkrampen. Elektrolyten, elektrisch geladen deeltjes als magnesium, kalium, natrium, calcium en chloor, zijn belangrijk voor het geleiden van signalen. Als de hoeveelheid of de onderlinge verhouding verandert, bijvoorbeeld door zweten of vochtgebrek, kan dat veranderingen in de stroomvoorziening teweegbrengen en dus spiersamentrekking tot gevolg hebben. Bij een experimentele verandering in de elektrolytenbalans, treden er spierkrampen op in het gehele lichaam. Drie studies tonen echter aan dat de elektrolytenconcentratie bij atleten die acute spierkrampen hebben niet verschilt van die van atleten die geen kramp hebben. Daarnaast is inspanningsgerelateerde kramp lokaal van aard in de spieren die tijdens of na inspanning actief zijn geweest. Als er abnormaliteiten in het lichaam zijn, zoals een stoornis in de elektrolytenbalans, is dit een probleem dat alle spieren beïnvloedt.

Hiermee lijkt de elektrolyten hypothese onjuist, maar aanhangers van deze hypothese deden na deze bevindingen een andere suggestie. Zij veronderstellen dat een verhoogd natriumverlies (zout zweten) een grotere kans geeft op spierkramp . Een verhoogd natriumverlies gaat altijd gepaard met een verhoogd vochtverlies, waardoor het vocht uit de ruimte tussen de lichaamscellen verdwijnt. Hierdoor zouden de zenuwuiteinden van vorm kunnen veranderen en de concentratie van neurotransmitters toenemen. Het gevolg is dat de zenuwuiteinden hypersensibel worden en de spier spontaan gestimuleerd kan worden en zo spontaan samentrekt. Maar ook dit komt niet overeen met de literatuur.
Atleten die te maken hebben met krampen zweten niet meer zout dan degene die geen krampen krijgen en daarnaast lijkt dehydratie niet gerelateerd aan spierkramp.
De verklaring van spierkrampen zou dus kunnen liggen in een ander mechanisme.

Verstoorde-neuromusculaire-controle hypothese

Een nieuwe hypothese voor de oorzaak van de etiologie van spierkrampen werd ongeveer vijftien jaar geleden geïntroduceerd. Deze hypothese geeft een verklaring voor het optreden van spierkramp met de verstoorde-neuromusculaire-controle hypothese en gaat er vanuit dat inspanningsgerelateerde spierkramp het resultaat is van verstoringen in de neuromusculaire aansturing vanuit het ruggenmerg.2 Er is sterk groeiend bewijs dat het mechanisme voor het ontstaan van spierkrampen neuromusculair van aard is. Het verklaart dat spiersamentrekking / elektrische stimulatie het optreden van spierkrampen verhoogt , dat externe stimulatie van de 1a (sensorische) afferent zenuwen spierkrampen kan veroorzaken en dat rekken de meest effectieve methode is om spierkrampen te behandelen.10

Deze verstoringen zouden het resultaat kunnen zijn van vermoeidheid in de spieren. Spiervermoeidheid gaat namelijk gepaard met een verhoogde prikkelbaarheid en een verminderde inhibitie (via de 1b afferente zenuwen) naar de Alfa- motor neuron. Als de spier in vermoeide toestand moet blijven inspannen treedt er spierkramp op. Daarnaast is het bewezen dat als men tijdens een wedstrijd een hogere intensiteit moet leveren dan men gewend is tijdens de trainingen, er een grotere kans is op het krijgen van spierkramp.

Er zijn ook andere mogelijke mechanische factoren die de neuromusculaire controle kunnen veranderen en daardoor kunnen bijdragen aan het ontwikkelen van spierkramp.
Allereerst kan een spierblessure of spierschade bijdragen aan een veranderde neuromusculaire controle doordat dit een reflex- spasme kan veroorzaken wat resulteert in een onwillekeurige contractie. Een andere mogelijkheid is een versterkt of een verminderd signaal van de perifere receptoren waardoor het centrale zenuwsysteem reageert met als gevolg dat de neuromusculaire controle veranderd. Deze mechanismen zijn nog niet onderzocht bij atleten met inspanningsgerelateerde spierkrampen, maar zijn belangrijk om in de toekomst verder te onderzoeken.

Naast dat er andere mechanische factoren moeten worden overwogen die kunnen bijdragen aan het ontwikkelen van spierkrampen, zijn er ook een aantal risicofactoren. Ten eerste wordt het risico op het krijgen van spierkramp vergroot als een persoon eerder spierkramp heeft gehad. Ook lijkt er ook een erfelijke risicofactor te bestaan, maar dit dient nog nader te worden onderzocht.

Conclusie

Vaak worden dehydratie en elektrolyten depletie gezien als de oorzaken voor het veroorzaken van spierkramp. Desondanks blijkt uit de literatuur dat atleten die krampen krijgen niet gedehydreerd zijn, noch een stoornis hebben in de elektrolytenbalans. Deze hypotheses lijken ook geen pathofysiologische mechanismen te kunnen bieden die kunnen verklaren waardoor spierkrampen ontstaan.
Wetenschappelijk bewijs voor de neuromusculaire-controle-hypothese groeit. Ondanks dat er meer onderzoek gedaan moet worden om deze hypothese te bevestigen, accumuleert het bewijs en lijkt dit het verklarende mechanisme te zijn voor het ontwikkelen van spierkramp.

Referenties

Schwelnuss, Cause of Exercise Associated muscle cramps – altered neuromuscular control, dehydration or electrolyte depletion? Br J Sports Med 2009;43:401-408
Schwelnuss MP, Derman EW, Noakes TD. Aetiology of skeletal muscle ‘cramps’ during exercise: a novel hypotheses. J Sports Sci 1997; 15: 277-85
Marx R (1933). Muscular fatigue, muscle strain and muscle cramps. California and Western Medicine, 38,96-97
Edsell DL. New disorder from heat: a disorder duet o exposure to intense heat. JAAMA 1908;11: 1969-71
Muscular fatigue, muscle strain and muscle cramps. California and western medicine, 38,96-97
Armstrong LE, Casa DJ, Miljard Stafford M, et al. Exertional heat ilness during training and competition. ACSM postion stand. Med Sci Sports Exc 2007;39:556-72
Jones BH, Rock PB, Smith LS, et al. Medical complaints after a marathon run in cool weather. Phys sportsmed 1985;13:103-13
Laird RH. Medical care at ultraendurance triatlons. Med Sci Sport Exerc 1989;21:S222-S225
Schwelness MP, Nocl J, Laubscher R, et al. Serum elektrolyte concentrations and hydration status are not associated with exercise associated muscle cramping (EAMC) in distance runners. Br J Sports Med 2004;38:488-92
Sulzer NU, Schwellnus MP, Noakes TD. Serum elektrolytes in Ironman triathletes with exercise-associated muscle cramping. Med Sci Sportts Exerc 2005;37:1081-5
Maughan RJ. Exercise-induced muscle cramp: a prospective biochemical study in marathon runners. J Sports Sci 1986:4:31-4
Eichner ER. The role of sodium in heat cramping. Sports Med 2007;37:368-70
Sulzer NU, Schwellnus MP & NoakesTD (2005). Serum electrolytes in lronman triathletes with exercise-associated muscle cramping Medicine and Science in Sports and Exercise, 37, |0Bt-I085
Maughan RJ (1986). Excercise-induced muscle cramp: a prospective biochemical study in marathon runners. Journal of Sport Sciences, 4:31-34
Schwelness MP, Nicol J, Laubscher R & Noakes TD (2004). Serum electrolyt concentrations and hydration status are not associated with exercise associated muscle cramping (EAMC) in distance runners. British Journal of Sports Medicine, 38, 488-492
Sulzer NU, Schwelness MP & Noakes TD (2005). Serum electrolytes in Ironman triathletes with exercise-associated muscle cramping, Medicine and Science in Sports and Excercise, 37, 1081-1085
Schwelness MP, Derman EW, Noakes TD. Aetiology of skeletal muscle ‘cramps’ during exercise: a novel hypothesis. J sports Sci 1997:14-277-85
Norris FH, Gateiner EL, hatfield PO. An electromyographic study of induced and spontaneous muscle cramps. EEG Clin Neurophysiol 2007;98:1102-7
Baldissera F, Cavallari P, Dworzak F. Motor neuron ‘distability’. A pathogenetic mechanism for cramps and myokymia. Brain 1994;117(Pt 5):929-39
Bertolasi L, de Grandis D, Bongiovanni LG, et al. The influence of muscular lengthening on cramps. Ann Neurol 1993;33:176-80
Khan SI, Burne JA, Reflex inhibition of normal cramp following electricial stimulation of the muscle tendon. J Neurophysiol 2007;98:1102-7
Drew N. Exercise associated muscle cramping (EAMC) in Ironman triathletes, Sports med dissertation, University of Cape town, 2006.
Manjra SI, Schwellnus MP, Noakes TD. Risk factors for exercise associated muscle cramping (EAMC) in marathon runners. Med Sci SPorts Exerc 1996;28(5 suppl):S167

Opleiding Sportmassage Leiden – Rotterdam

De opleiding Sportmassage vormt de solide basis voor iedere sportverzorger/sportmasseur, ongeacht of het werkterrein ligt bij een sportvereniging of bij de eigen massagepraktijk.

ace_logo_cmyk_300dpi  ngs-logo

Meer informatie en aanmelden

Vakken
De opleiding sportmassage bevat de volgende vakken:
  • Anatomie (bouw van het menselijk lichaam)
  • Bewegingsleer
  • Fysiologie (functie van het menselijk lichaam)
  • Inspanningsfysiologie en trainingsleer
  • Theorie Massage
  • Praktijk Massage
  • Anamnese
  • Inspectie
  • Functietesten
  • Tapen en bandageren
  • EHBSO (Eerste Hulp bij Sport Ongevallen)
  • Reanimatie en AED.

Instroom
Voor de opleiding sportmassage zijn geen instroomvereisten vastgesteld. De opleiding is op MBO niveau.

Studiebelasting
Ca. 7 uur per week naast de lesavond. Aantal studie uren o.a. afhankelijk van uw vooropleiding, recente studie ervaring.

Leermiddelen
  • cursusboek Sportmassage en Verzorging MSP Opleidingen
  • Sesam atlas van de Anatomie, dl 1, het bewegingsapparaat
  • flesje massagelotion Naqi en aanvulling gedurende de opleiding
  • sportverzorgingspakket
  • online tool “Examentraining theorie-examen Sportmassage”
  • online tool “Handgrepen en demonstraties Sportmassage”
  • dvd “Functieonderzoek Sportmassage
  • toegang tot de digitale leeromgeving met o.a. powerpoints van de lessen
  • reanimatiecertificaat
  • online oefenexamen theorie-examen Anatomie, Fysiologie en Sportmassage ter voorbereiding op het theorie-examen voor het behalen van het ACE diploma Sportmassage
  • proefexamen theorie op schrapkaarten zoals gebruikt bij het officiele theorie-examen

Doelstelling
Het opleiden van de cursisten tot startbekwaam sportmasseur. Gedurende de opleiding behaalt u tevens het certificaat reanimatie en AED.

Docenten
Ons ervaren docententeam bestaande uit bewegingswetenschappers, (sport) fysiotherapeuten, artsen en sportmasseurs staat ook komend jaar weer voor u klaar. Wij willen u graag opleiden tot een sportmasseur / sportverzorger die met vertrouwen, verantwoord en bekwaam in het werkveld actief is.
Masseurs Netwerk Nederland
Gedurende de eerste 6 maanden van deze opleiding kan je gratis deelnemen aan de netwerkbijeenkomsten die georganiseerd worden door het Masseurs Netwerk Nederland. Ontmoet medecursisten en ervaren masseurs bij de diverse lezingen en interessante presentaties. Werk tijdens de opleiding al aan het uitbreiden van je netwerk. Het Masseurs Netwerk is er ook voor jou!
mnn jpeg
 Afronding van de opleiding
Je kunt de opleiding afronden met een examen, waarbij je het diploma Sportmassage behaalt, of met een certificaat.

Als je geen officieel examen wilt doen, dan kan je de opleiding afsluiten met een certificaat.  Je kunt een certificaat aanvragen en ontvangen als je minstens 80% van de lessen hebt gevolgd en de docent je voldoende bekwaam acht om het geleerde in de praktijk toe te passen.
Vraag het certificaat aan via het contactformulier van MSP Opleidingen, o.v.v. “certificaat en de door u gevolgde opleiding”.
De kosten van het certificaat bedragen € 25,-
De meeste studenten gaan echter voor het officiële diploma Sportmassage. In voorkomende gevallen kan een certificaat voor jou wellicht een voldoende en gewenste afsluiting zijn.

Sportmasseur in actie bij de Triathlon Leiderdorp

De Sportmasseur: de onmisbare schakel in de preventieve gezondheidszorg, niet alleen voor de sporter

Op steeds meer plaatsen in Nederland kan men terecht voor een “Sportmassage”. Als Sportmasseur kan je een eigen praktijk beginnen waardoor je (gedeeltelijk) economisch zelfstandig kan worden.

Daarnaast kan de sportmasseur o.a. aan de slag bij een sportvereniging, een fysiotherapiepraktijk, een fitnesscentrum, een sauna of wellnesscentrum, kuuroorden, recreatieoorden en zwemparadijzen. Kortom: overal waar sportmassage en verzorging wordt gewaardeerd en op waarde geschat.

Een sportmasseur in actie

Terugdringen van het aantal sportblessures door de sportmasseur

De sportmasseur / verzorger is in deze tijd niet meer weg te denken uit de sportwereld. Steeds meer sportverenigingen op amateur, of professioneel niveau nemen een sportmasseur in dienst. Zij zien het belang in van een goede sportmasseur / sportverzorger die, in nauwe samenwerking met de sporters, kan werken aan het voorkomen van blessures. Daarnaast is er door de opkomst van de duursporten, zoals de marathon en de triatlon, ook door de individuele sportman / sportvrouw vraag naar de sportmasseur, die hen kan adviseren met betrekking tot hun training, kleding en schoeisel, hun voeding en hen kan masseren na een training en/of wedstrijd.
Langzaam ontstaat er ook bij sportend Nederland een bewustwording van het feit dat de sporter zelf verantwoordelijk is voor zijn gezondheid.
Logisch dat er dan ook steeds meer vraag komt naar goed opgeleide sportmasseurs, die deze taak kunnen vervullen.

Dat je niet zomaar als sportmasseur kunt werken zal jou niet vreemd in de oren klinken!
Een sportmasseur moet naast een goede opleiding ook over een aantal andere capaciteiten beschikken. Natuurlijk heeft hij een behoorlijke kennis over de tak van sport waarin hij de sporter begeleidt.
Een pre is het als de masseur zelf deze sport beoefend of heeft beoefend. Daarnaast is een goed contact met de sportman van heel groot belang: de sportmasseur moet zich kunnen inleven in de sporters waar hij mee te maken krijgt.

Blessurebehandeling door de sportmasseur

Ons land telt momenteel ongeveer 4 miljoen actieve sporters. Samen zorgen zij per jaar voor 850.000 sportblessures! En dat zijn alleen nog maar de geregistreerde gevallen, die binnenkomen bij huisartsen en eerste hulp posten van ziekenhuizen. Vooral enkels, scheenbenen en knieën zijn kwetsbaar en zijn daarom plaatsen waar blessures het meest frequent voorkomen. Al die blessures veroorzaken veel narigheid, zowel bij de sporter zelf, als bij zijn teamgenoten.

Sportmassage wordt ook ingezet ter ontspanning

Je kunt je afvragen of al die blessures nu niet voorkomen hadden kunnen worden. Een groot deel wel! Deskundigen zijn het erover eens dat 70% (!) van de blessures door een goede begeleiding kan worden voorkomen. Dit is een enorme uitdaging voor de sportmasseur, maar tegelijkertijd ook een enorme verantwoordelijkheid.

Wat doet de sportmasseur in de praktijk

De sportmasseur is een preventiespecialist en richt zich vooral op het voorkomen van sportblessures. De preventieve taken van de sportmasseur kunnen we als volgt verduidelijken:

  • primaire preventie
    Het voorkomen van blessures in enge zin. De sportmasseur adviseert de sporter met betrekking tot zijn trainingsopbouw
    (natuurlijk in overleg met de trainer), onderzoekt hoe de conditie van de sporter is, licht de sporter voor over schoeisel
    en beschermend materiaal in de betreffende tak van sport, begeleidt de sporter bij het herstellen van de inspanningen
    bij een training en/of wedstrijd onder andere door massage. De sportmasseur heeft dus een zeer intensief contact met
    de sporter nodig om hem goed te kunnen begeleiden.
  • secundaire preventie
    We zitten nu in het stadium dat de sporter zelf nog geen directe blessure aangeeft. De sportmasseur ziet echter aan de hand van een aantal factoren dat, wanneer hij niet ingrijpt, er een blessure kan ontstaan. Hij kan een verkorting van een spier waarnemen; een spier kan extra
    gespannen zijn; hij kan zien dat de sporter na een bepaalde inspanning niet snel genoeg herstelt; hij kan een verminderde kracht van een bepaalde spier waarnemen.Op grond van zijn waarnemingen kan hij een preventieve behandeling instellen.
  • tertiaire preventie
    De sportman heeft ondanks de preventieve maatregelen van de sportmasseur toch een blessure opgelopen. De sportmasseur weet dan op een verantwoorde wijze Eerste hulp toe te passen.  Hij stuurt de patiënt naar een deskundige en komt weer in beeld als hij na overleg met de behandelend arts / fysiotherapeut de nazorg van de patiënt mag verzorgen. Een goede EHBSO (= Eerste Hulp Bij Sport Ongevallen) is van groot belang om de gevolgen van het ongeval beperkt te houden; een goede nazorg om het terugkomen van die blessure zoveel mogelijk te kunnen voorkomen.